Geschreven door Margot van Dijk, verloskundige, nagelezen door Rebekka Visser, verloskundige
Laatste update: november 2021

Dit artikel mag gedeeld worden, maar absoluut niet aangepast worden.
Dit artikel mag niet gebruikt worden om eigen standpunt (voor/tegen) te promoten, enkel om te informeren.
Wil je meer van dit soort informatie over andere verloskundige onderwerpen?

  • Instagram @vroedvrouwmargot
  • Over een paar weken komt mijn website www.vraagdevroedvrouw.nl online, daar zal dit artikel geplaatst worden en ook bijgehouden worden op basis van de nieuwste onderzoeken. (Op deze website komt ook diepgaande informatie over andere verloskundige onderwerpen)

Inleiding

In de media worden veel uitspraken gedaan over Covid-19 en zwangerschap en vaccineren en daarbij is het vaak lastig om te achterhalen wat de wetenschappelijke onderzoeken nu precíes zeggen. Het huidige standpunt van de NVOG en KNOV (NVOG 2021) bevat wel informatie, maar zonder bronvermelding en de laatste update is van april 2021. Er is ook een informatiekaart beschikbaar vanuit de NVOG en KNOV (Informatiekaart 2021) om zwangeren te ondersteunen bij het maken van een keuze. Daar wordt uitgegaan van 1 onderzoek over complicaties bij Covid-19 in de zwangerschap (Allotey 2020) en 1 onderzoek over de vaccinatie (Shimabukuro 2021).

Momenteel wordt er door de NVOG en de KNOV gewerkt aan een module Covid-19 en zwangerschap, bevalling en kraambed met nieuwe adviezen. Wanneer deze beschikbaar is, zal een link aan dit artikel worden toegevoegd.

In dit artikel worden meerdere onderzoeken onder de loep genomen om zo feitelijk mogelijke informatie te kunnen geven, om zowel zwangeren als zorgverleners te kunnen informeren over wat we momenteel wel én niet weten.

Dit artikel is niet bedoeld om een advies te geven voor of tegen vaccineren, die keuze ligt uiteindelijk bij jezelf.

Huidig advies

In Nederland is sinds april 2021 het advies vanuit de NVOG om zwangeren te vaccineren met één van de mRNA-vaccins (Pfizer of Moderna) (NVOG 2021). Zij volgen hierin het advies van zowel het RCOG als het ACOG. Dit is gebaseerd op een onderzoek naar beide mRNA-vaccins in de Verenigde Staten (Shimabukuro 2021) waaruit geen duidelijke bijwerkingen blijken. Tevens baseren zij dit advies op onderzoeken die lijken uit te wijzen dat zwangeren een groter risico hebben op het ontwikkelen van ernstige en kritieke Covid-19, alhoewel gemeld wordt dat de absolute kans hierop klein is. Het laatste argument dat wordt aangedragen als voordeel van de vaccinatie is dat de baby beter beschermd is door de passage van antistoffen door de placenta.

Er wordt nadruk gelegd op vaccinatie voor zwangeren met een onderliggende ziekte zoals:

  • Chronische luchtweg- of longproblemen indien onder behandeling van een longarts
  • Chronische hartpatiënten
  • (Slecht ingestelde) diabetes
  • Nierziekte (waarvoor dialyse nodig is of niertransplantatie)
  • Verminderde weerstand tegen infecties door medicatiegebruik bijv bij auto-immuunziekte of kankerpatiënten die weerstandverlagende medicatie gebruiken of ernstige afweerstoornissen
  • Hiv-infectie
  • Ernstige leverziekte

En tevens bij:

  • Zeer ernstig overgewicht
  • Leeftijd hoger dan 35 jaar 
  • Migratie-achtergrond

In het Nederlandse standpunt staat dat er geen bezwaar is om te vaccineren bij een kinderwens of in de borstvoedingsperiode.

Omdat in het onderzoek enkel vaccinatie van zwangeren met mRNA-vaccins heeft plaatsgevonden, is het de aanbeveling om zwangeren vrouwen te vaccineren met een mRNA-vaccin. Er is nog te weinig bekend over vaccinatie van zwangeren met AstraZeneca of Janssen.

Zwangerschap & Covid-19 en complicaties

Hoe erg is het als een zwangere Covid-19 krijgt? Dat kan van persoon tot persoon verschillen. In het volgende stuk probeer ik zo nauwkeurig mogelijk per probleem de kansen en risico’s in beeld te brengen. Het is belangrijk om te realiseren dat er waarschijnlijk een overschatting van het probleem is, omdat al deze cijfers uitgaan van het totaal gemelde Covid-19 infecties, in het begin werd niet tot weinig getest en later zijn waarschijnlijk lichte Covid-19 infecties niet altijd gemeld. Het daadwerkelijke aantal Covid-19 infecties is dan dus hoger. Tevens is de definitie van ‘Covid-19 positief’ in de onderzoeken wisselend (de test kan ook vals-positief zijn) en in sommige onderzoeken werden complicaties gemeld indien een zwangere Covid-19 positief testte bij binnenkomst, maar was zij niet met Covid-19 besmet ten tijde van de complicatie die optrad.

IC-opname

Het onderzoek waar veelvuldig in de media naar verwezen wordt (Allotey 2020) laat zien dat er een verhoogd risico is op ic-opname voor zwangere vrouwen versus niet-zwangere vrouwen. 4 op de 100 zwangere vrouwen worden opgenomen op de Intensive Care waarbij 3 van de 4 intensieve beademing nodig heeft. Dat is 3 keer groter dan bij een niet-zwangere vrouw. Het lastige van dit onderzoek is dat het niet representatief is voor de Nederlandse bevolking en gezondheidszorg, omdat er ook veel onderzoeken uit laag- en middeninkomenslanden mee zijn genomen. In deze landen is de gezondheid en gezondheidszorg over het algemeen genomen minder goed dan in Nederland.

In Nederland worden door de NethOss de cijfers van zwangeren en kraamvrouwen geregistreerd (Nethoss 2021). Er werden 9506 meldingen gedaan van Covid-19 positieve zwangeren en van 8434 is aanvullende informatie beschikbaar. 

786 zwangeren werden opgenomen in het ziekenhuis en 60 vrouwen werden in de kraamtijd opgenomen. 344 vrouwen werden opgenomen vanwége Covid-19 (4,1%), de andere 442 werden opgenomen met een andere oorzaak en testten ook positief op Covid-19.

81 vrouwen (van de 344) werden op de IC opgenomen en 63 op de high care. Van het totaal gemelde zwangeren met Covid-19 had dus 0,85% opname op de IC nodig en 0,66% opname op de high care. De percentages zijn niet helemaal representatief omdat we alleen uitgaan van het aantal gemelde Covid-19 infecties.

52 vrouwen werden behandeld met zuurstof en 26 vrouwen werden geïntubeerd waarvan 22 op hun buik en 7 kregen ECMO (ondersteuning bij hart/longfalen).

Wanneer je kijkt naar het aantal zwangeren in Nederland (ca 170.000) per jaar, is de kans 0,3% dat je wordt opgenomen in het ziekenhuis vanwege een Covid-19 infectie en is de kans op IC-opname 0,05%.

Aan het eind vind je deze cijfers in beeld gebracht.

In Nederlands is er tot op heden geen zwangere vrouw overleden aan een Covid-19 infectie. 1 vrouw overleed na de geboorte van haar kind.

Opname baby

Gegevens zijn bekend van 4731 baby’s waarvan de moeder op een moment in de zwangerschap Covid-19 had (Nethoss 2021). 521 baby’s werden opgenomen (vanwege uiteenlopende redenen) en 1 baby werd direct na de geboorte positief getest op Covid-19 en had ook behandeling nodig. 9 baby’s testten later in de eerste week positief op Covid-19.

Van de 4731 baby’s, overleden er 5 baby’s binnen enkele dagen na de geboorte waarvan bij 4 er een andere reden was dan Covid-19 en van 1 baby zijn onvoldoende gegevens bekend.

Een onderzoek (Dumitriu et al 2021) onder 101 pasgeboren baby’s van Covid-19 positieve moeders liet geen complicaties voor de baby zien, geen van de baby’s vertoonde klinische symptomen (2% was positief getest). De meeste van de baby’s kregen borstvoeding en hadden rooming-in met hun moeder.

Pre-eclampsie & vroeggeboorte & babysterfte (IUVD)

Een Engels onderzoek (Gurol-Urganci et al 2021) concludeerde dat de kans op pre-eclampsie, vroeggeboorte en IUVD (sterfte van de baby tijdens de zwangerschap) vaker voorkwamen bij vrouwen met een Covid-19 infectie. Echter is er sprake van misclassificatie bias in dit onderzoek (Knight et al 2021). Er is inmiddels steeds meer bewijs dat de effécten van de pandemie zelf (en dus niet de Covid-19 infectie) zorgden voor minder goede uitkomsten. Met name vertraging in de zorg en mentale gezondheidsproblemen door de regels/restricties lijken een veel grotere impact te hebben dan de Covid-19 infectie zelf (Papworth et al 2021 & Knight et al 2020). Er lijkt geen sprake van een causaal verband tussen pre-eclampsie en Covid-19 infectie of babysterfte en Covid-19 infectie.

Uit de Nederlandse cijfers lijkt geen verhoogd risico op sterfte van de baby in de zwangerschap, al is dat lastig met zekerheid te zeggen op basis van de cijfers die er nu zijn. Van 4731 baby’s was de uitkomst bekend. Er werden 20 in de zwangerschap overleden baby’s gemeld (Nethoss 2021) waarbij er momenteel geen aanvullende gegevens beschikbaar zijn.

Er is geen sprake van een verhoogd risico op miskraam of vroeggeboorte bij een zwangere met Covid-19 infectie (Yan et al 2020). Uit de Nederlandse cijfers (Nethoss 2021) blijkt dat er in totaal 7% vroeggeboortes voorkwamen bij de totale groep zwangeren met een Covid-19 infectie in de zwangerschap, dit is gelijk aan het landelijk gemiddelde. In de groep vrouwen met klachten ten tijde van de baring is het vroeggeboortepercentage 15%.

Uit eerder Nederlands onderzoek (Overtoom et al 2021) komt naar voren dat het risico op vroeggeboorte iets verhoogd was indien de zwangere symptomen had ten tijde van de baring. Dit zou ook kunnen gaan om een inleiding in verband met deze symptomen.

Sectio

Uit de cijfers van Nethoss (2021) blijkt dat van de 4909 vrouwen die op een moment Covid-19 hadden, 83% vaginaal beviel en 17% per keizersnede. Dit is overeenkomstig onze landelijke cijfers.

Van de vrouwen die ten tijde van de baring Covid-19 gerelateerde klachten hadden beviel 73% vaginaal en 27% per keizersnede (13% gepland). Om hier uitspraken over te kunnen doen, is er meer informatie nodig. Alleen dan kunnen we onderscheid maken of Covid-19 gerelateerde klachten de kans op een keizersnede verhogen of dat zorgverleners sneller zijn geneigd om in te grijpen bij klachten.

Placentaproblematiek

In augustus kwam een Nederlands onderzoek (Husen et al 2021) over placenta’s veelvuldig in de media. In dit onderzoek werden 39 placenta’s van 36 ongevaccineerde Covid-19 positieve moeders bekeken. In 4 placenta’s werden zeer afwijkende kenmerken gevonden die niet eerder zijn gezien. Dit lijkt samen te hangen met 3 van de 4 baby’s die stress vertoonden (het is niet helder hoe deze stress is gemeten). De ernst van de symptomen was wisselend. Omdat 2 van de vrouwen (zwangerschaps)diabetes hadden, wordt dit genoemd als significante risicofactor.

24 placenta’s hadden tenminste 1 abnormaliteit, dit werd in de vergelijkingsgroep (geen Covid) ook regelmatig gezien en kan normaal zijn.

De onderzoeksgroep is erg klein, wat betekent dat er kans is dat de uitkomsten op toeval berusten. Er is meer onderzoek nodig om hier meer over te kunnen zeggen, waarbij ook placenta’s van gevaccineerde moeders zouden moeten worden bekeken. Tevens is de vraag wat je met terugwerkende kracht met deze gegevens zou kunnen doen en of het kan bijdragen aan betere gezondheidszorg.

Op basis van dit onderzoek is er nieuw beleid rondom zwangeren met Covid-19 in 1 regio in Nederland, waarbij zwangeren met een Covid-19 infectie in hun zwangerschap wordt geadviseerd om te kiezen voor een inleiding bij 39 weken. Het lijkt zeer voorbarig om deze interventie standaard aan te bieden, omdat niet duidelijk is of dit zorgt voor betere uitkomsten en omdat de vraag is of dit opweegt tegen het verhoogd risico op oa een keizersnede bij inleiden, wat ook gezondheidsconsequenties heeft voor moeder en kind. Counseling en beleid op individuele basis is hierbij essentieel.

Hoog risico en risicofactoren

Momenteel worden de volgende risicogroepen genoemd wanneer het gaat over het krijgen van ernstige Covid-19:

  • Vrouwen met een co-morbiditeit zoals pre-existente hypertensie of diabetes
  • Vrouwen met overgewicht of obesitas
  • Vrouwen van kleur
  • Vrouwen boven de 35 jaar

Uit het Nederlandse onderzoek (Overtoom et al 2021) blijken met name overgewicht/obesitas en vrouwen van kleur een verhoogd risico te hebben op ernstige Covid-19. De onderzoeksgroep is klein, wat het lastig maakt om conclusies te trekken voor alle zwangeren.

Het ingewikkelde van deze twee risicofactoren is dat deze twee factoren in heel veel onderzoeken (ook niet Covid-19 gerelateerd) als ‘risicofactor’ naar voren komen. Het is vaak niet de obesitas of huidskleur die zorgt voor een grotere kans op een ernstige Covid-19 infectie, maar -inmiddels steeds wijder bekend- dat de discriminatie die zij op frequente basis ervaren vanwege hun gewicht of huidskleur (institutioneel racisme), bijdraagt aan een minder goede gezondheid en daarmee minder goede uitkomsten (Ikram 2016).

Een verhoogd risico is niet hetzelfde als een hoog risico. Het betekent dat voor mensen met een risicofactor, de kans hoger is op een ernstiger verloop, wat niet hetzelfde is dát er dus sprake zal zijn van een ernstiger verloop van Covid-19.

Er kan vanuit het onderzoek (Overtoom et al 2021) en de cijfers van Nethoss geen absolute kans worden berekend op IC-opname en behandeling met zuurstof en BMI / etniciteit/huidskleur omdat er geen gegevens bekend zijn van de vrouwen die waren opgenomen op de IC. Hetzelfde geldt voor de meest recente cijfers van het Nethoss 2021. Dus of bovenstaande risicofactoren in Nederland ook risicofactoren zijn en wat dan de absolute kans is op ernstiger verloop, is niet duidelijk.

Interventies & mensenrechten in de geboortezorg in Covid-19 pandemie

Er zijn meerdere interventies die (wisselend per regio) worden toegepast indien een zwangere Covid-19 positief is:

  • Inleiden bij 39 weken (1 regio in Nederland)
  • Groeiecho’s (alhoewel geen toename in groeivertraging wordt gezien)
  • Geboortepartners worden geweigerd (of pas toegelaten bij persfase bijvoorbeeld) of mogen niet mee naar de OK
  • Borstvoeding geven met mondkapje op

Ook zijn er algemene interventies die landelijk worden toegepast (wisselend per regio):

  • Partner en/of kinderen mogen niet mee naar consulten
  • Een derde persoon (familielid, doula, geboortefotograaf) wordt geweigerd bij de baring
  • Mondkapjes op bij consulten
  • Geen badbevallingen
  • Zo min mogelijk bezoek op de NICU (soms maar 1 ouder en 1 bezoekmoment per 24 uur)

Geen van deze interventies kan wetenschappelijk worden onderbouwd. De aandacht ligt bij deze interventies alleen op het voorkomen van Covid-19 gerelateerde problemen. De enorme consequenties die deze interventies op onder andere psychisch niveau kunnen hebben, zijn hierbij uit het oog verloren. 

Black et al (2020):

“Rather than health services maintaining a holistic approach that balances risks against benefits, paranoia and tunnel vision have flourished in many places. Decisions were taken without due consideration of their wider consequences, leaving person centred care approaches sidelined. Gaps in knowledge were filled by assumptions. However, what makes us feel safe is not always the same as what makes us safer.”

De bezoekrestricties op de NICU leiden tot stress bij zowel baby, ouders en zorgverleners. De hechting lijdt onder de restricties en kan daarmee gevolgen hebben voor de lange termijn (Van Veenendaal et al 2021). Ouders en kind moeten 24 uur per dag bij elkaar kunnen zijn.

Er is inmiddels heel veel onderzoek dat een doula bij de geboorte, of dit nu een familielid of een professionele doula is, zorgt voor betere uitkomsten (Dekker 2013). Het weigeren van een derde persoon bij de baring, zonder dat er wetenschappelijk bewijs voor is dat dit daadwerkelijk het aantal besmettingen laag houdt, is een bijdrage aan het verslechteren van de zorg.

Vrouwen hebben (of krijgen) in deze tijd met restricties minder tot geen keuzevrijheid terwijl het gaat om één van de belangrijkste momenten in hun leven. Vrouwenrechten in de geboortezorg staan al hele lange tijd onder druk, maar deze (niet onderbouwde) interventies dragen bij aan de ondermijning van vrouwenrechten in de geboortezorg (van Leeuwen & Drandic 2020).

Borstvoeding geven indien Covid-19 positief

Momenteel wordt op de meeste plekken geadviseerd dat indien de moeder Covid-19 positief getest is, zij haar baby borstvoeding (of kunstvoeding) moet geven met een mondmasker op, om zo horizontale transmissie van Covid-19 te voorkomen. Er is geen onderbouwing dat dit horizontale transmissie daadwerkelijk voorkomt én dat horizontale transmissie überhaupt een probleem is.

Dit is een advies dat schadelijk is voor de hechting tussen moeder en kind en met dit advies worden lange termijngevolgen onderschat.

Een onderzoek (Dumitriu et al 2021) onder 101 pasgeboren baby’s van Covid-19 positieve moeders liet geen gevaar voor de baby zien, geen van de baby’s vertoonde klinische symptomen (2% was positief getest). De meeste van de baby’s en moeders gaven borstvoeding en hadden rooming-in met hun kind.

De antistoffen tegen Covid-19 passeren de placenta (Flannery et al 2021) (bij zowel symptomatische als asymptomatische moeders) waarbij de baby dus al antistoffen heeft én deze antistoffen worden ook in de borstvoeding doorgegeven. Deze antistoffen ondersteunen de baby mocht deze geïnfecteerd raken met Covid-19.

Het dragen van een mondmasker door de ouders van de baby heeft potentieel consequenties op de lange termijn op het gedrag van de baby. Een baby is afhankelijk van de gezichtsuitdrukkingen van de ouders om zich veilig te kunnen voelen. Indien de baby deze gezichtsuitdrukkingen niet kan zien en plaatsen, kan dit zorgen voor een angstig en onveilig gevoel. Dit kan invloed hebben op de hechting en daarmee dus lange termijn consequenties hebben (Green 2021).

De beste manier om complicaties bij de baby te voorkomen is veelvuldig huid-op-huid contact en volledige borstvoeding (Tran et al 2020).

Werking mRNA-vaccins

Er zijn momenteel twee mRNA-vaccins geregistreerd en onder voorwaarde goedgekeurd door EMA (Europees Geneesmiddelen Bureau). MRNA-vaccins zijn gemaakt met een nieuwe technologie, welke gebaseerd is op gentechnieken. Deze vaccins kunnen sneller worden ontwikkeld en geproduceerd worden dan de vaccins die bestaan uit dode of verzwakte ziekteverwekkers.

Het mRNA dat wordt ingespoten bij een vaccinatie bevat een instructie voor het eiwit dat ook aan de buitenkant van het virus Covid-19 zit. Het mRNA wordt opgenomen door de cellen en de cellen zullen dit eiwit aan gaan maken. Het immuunsysteem zal daarop reageren door het eiwit aan te vallen en te vernietigen. De geheugencellen onthouden dit eiwit. Op het moment dat je vervolgens besmet raakt met covid-19 zal je immuunsysteem dit herkennen en sneller aanvallen en vernietigen. Het mRNA wordt daarna in principe afgebroken.

Pfizer (Tozinameran)
Het Pfizer vaccin bestaat uit twee vaccinaties met een tussenpose van drie weken. In het gerandomiseerd placebogecontroleerd onderzoek in 2020 werd het vaccin vergeleken met een placebo (fysiologisch zout). Het onderzoek vond plaats onder 37.706 personen. De effectiviteit van het vaccin (afhankelijk van de leeftijdsgroep) is 66,7%-97,6%. Bijwerkingen die gevonden werden: pijn op de injectieplaats (> 80%), vermoeidheid (> 60%), hoofdpijn (> 50%), spierpijn en koude rillingen (> 30%), artralgie (> 20%), koorts en zwelling van de injectieplaats (> 10%). De bijwerkingen waren licht of matig intens en verdwenen binnen een paar dagen na vaccinatie.
Dit onderzoek wordt gefinancierd door Pfizer en BioNTech (Pfizer 2020).

Moderna
Het Moderna vaccin bestaat uit twee vaccinaties met een tussenpoos van een maand. In het gerandomiseerd placebogecontroleerd onderzoek in 2020 werd het vaccin vergeleken met een placebo (fysiologisch zout). Het onderzoek vond plaats onder 30.420 personen Bijwerkingen die gevonden werden: pijn op de injectieplaats (92%), vermoeidheid (70%), hoofdpijn (64,7%), spierpijn (61,5%), artralgie (46,4%), koude rillingen (45,4%), misselijkheid en/of braken (23%), zwelling in de oksel (19,8%), koorts (15,5%), zwelling van de injectieplaats (10%) en roodheid injectieplaats (10%). De bijwerkingen waren licht of matig intens en verdwenen binnen een paar dagen na vaccinatie. 
Dit onderzoek wordt gefinancierd door Moderna (Stolk 2020, Moderna 2020).

Beide vaccins bevinden zicht nog tot en met december 2023 in de onderzoeksfase. Wat hierbij opvallend is, is dat de fabrikanten zelf dit onderzoek doen (6-9). Het is bekend dat dit veelal leidt tot sponsorship bias, wat een vertekend beeld kan geven, de resultaten lijken daardoor positiever dan daadwerkelijk het geval is (Lexchin 2012).

Tevens vallen beide vaccins onder ‘aanvullende monitoring’, wat betekent dat vermoedelijke bijwerkingen gemeld dienen te worden bij het Lareb (Stolk 2020).

Vooralsnog staat bij zowel Pfizer als Moderna in de bijsluiter de aanbeveling om dit vaccin niet toe te dienen tijdens de zwangerschap of tijdens het geven van borstvoeding (Bijsluiter Pfizer 2020, Bijsluiter Moderna 2020).

Bijwerkingen bij Lareb

Bij het Lareb worden in Nederland de bijwerkingen gemeld na vaccinatie. Het lastige is dat dit niet betekent dat de bijwerkingen direct gevolg zijn van de vaccinatie, daarvoor is verder onderzoek nodig. Tevens gaat dit meestal om de bijwerkingen op korte termijn, omdat op latere termijn niet altijd wordt gedacht aan het verband met de vaccinatie. Procentueel gezien zijn er bij Moderna en Pfizer vaccinatie meer bijwerkingen gemeld dan bij de griepvaccinatie (Influenza). Over het algemeen melden er meer vrouwen bijwerkingen bij de griepvaccinatie dan mannen, of dit ook geldt voor de Covid-19 vaccinaties is nog niet bekend.

Je kunt meer lezen hierover op: https://www.lareb.nl/bijwerkingen-coronavaccins

Covid-19 vaccinatie in de zwangerschap

In dit stuk wordt ingegaan op de vaccinatie in de zwangerschap, waarbij de algemene bijwerkingen van een/de vaccinatie niet nader worden toegelicht.

In de Verenigde Staten is een onderzoek gedaan naar mRNA Covid-19 vaccinatie rondom zwangerschap (Shimabukuro 2021). Middels een registratiesysteem werden 35.691 zwangeren onderzocht, 54% ontving het Pfizer vaccin, 46% ontving het Moderna vaccin. Er werd gekeken naar bijwerkingen van de injectie in de dagen na de vaccinatie. De zwangeren leken geen andere of meer bijwerkingen te hebben dan niet zwangere vrouwen.

5230 vrouwen werden benaderd om mee te doen aan uitgebreider onderzoek, zij waren zwanger ten tijde van de vaccinatie of werden kort daarna zwanger. 3958 vrouwen deden hieraan mee, 94% van hen waren zorgverleners. 2,3% had de vaccinatie ontvangen vlak voordat ze zwanger raakte, 28,6% in het eerste trimester, 43,3% in het tweede trimester en 25,7% in het derde trimester.

Van 872 vrouwen zijn gegevens van na de zwangerschap bekend: 85% van hen kreeg een vaccinatie in het derde trimester. Er is gekeken naar vroeggeboorte, miskraam, babysterfte, afwijkingen bij de baby en groeiachterstand. Deze uitkomsten lijken niet afwijkend maar zijn niet vergeleken met vrouwen die niet zijn gevaccineerd. Tevens is deze groep relatief klein (van de 35.691 zijn van slechts 872 de uitkomsten bekend) en is de onderzoeksgroep niet representatief voor de gehele bevolking: het grootste deel van de vrouwen was wit en hoogopgeleid. Ook zijn de uitkomsten gerapporteerd door de vrouwen zelf wat bias kan veroorzaken (Fu et al 2021).

Het onderzoek loopt nog tot en met 2022. De onderzoekers zijn helder in hun conclusie: dit zijn de voorlopige bevindingen.

In ditzelfde onderzoek wordt ook gekeken naar de meldingen bij VAERS. De VAERS is een Amerikaans systeem (zoals het Lareb in Nederland) waar mogelijke bijwerkingen van vaccinaties gemeld worden. Hier werden ten tijde van het onderzoek 221 meldingen gedaan naar aanleiding van Covid-19 vaccinatie bij zwangeren. 66 (29,9%) waren zwangerschap gerelateerd: miskramen (46), babysterfte (3), prematuur gebroken vliezen (3) en bloedverlies (3). Er is in het onderzoek te weinig informatie om een causaal verband met de Covid-19 vaccinatie te bevestigen dan wel uit te sluiten. In deze studie kon vanuit de voorlopige bevindingen niet worden vastgesteld dat vaccinatie leidde tot ernstiger bijwerkingen bij zwangeren dan bij niet-zwangeren.

Maar, zoals de studie zelf ook duidelijk aangeeft, er is nog niets bekend over de voor- of nadelen op langere termijn. Er is in het onderzoek niet gekeken naar de invloed op vruchtbaarheid of borstvoeding.

Recent verscheen een nieuw onderzoek (Bookstein et al 2021) die aangaf op korte termijn geen verschil in bijwerkingen te zien tussen gevaccineerde zwangeren en gevaccineerde niet-zwangeren. Echter om iets over zwangerschapsuitkomsten te kunnen zeggen, is er onderzoek nodig tussen gevaccineerde zwangeren en ongevaccineerde zwangeren.

Miskramen en Covid-19 vaccinatie

Uit een Noors onderzoek (Magnus et al 2020) bleek geen verhoogd risico tot miskraam in het eerste trimester na Covid-19 vaccinatie. Aanvulling is dat in principe in Noorwegen alléén een Covid-19 vaccinatie wordt geadviseerd in het eerste trimester indien er sprake is van onderliggende risicofactoren, de meesten die gevaccineerd werden in het eerste trimester wisten nog niet dat ze zwanger waren. 4.521 vrouwen met een miskraam (waarvan 5% gevaccineerd was) werden vergeleken met 13.956 vrouwen met een doorgaande zwangerschap (ook 5% gevaccineerd).

Uit het eerdergenoemde onderzoek in de Verenigde Staten (Shimabukuro et al 2021) bleek geen verhoogd risico op miskraam na vaccinatie. Echter gaven zij zelf later toe dat hun berekeningen in het onderzoek niet kloppen. Commentaar volgde op deze verkeerde berekening en waarschijnlijk onderschatting van het risico (Sun 2021). In een reactie daarop werd toegegeven dat van de 1224 vrouwen die gevaccineerd waren in het eerste trimester, slechts van 204 vrouwen de follow-up bekend was. Dit betekent dat op basis van de bekende gegevens nog geen heldere uitspraak gedaan kan worden over het risico op miskraam in dit onderzoek.

Effectiviteit van de vaccinatie in zwangerschap

Er is 1 onderzoek (Theiler et al 2021) waarbij werd onderzocht wat de effectiviteit van het vaccin in de zwangerschap is. Het onderzoek vond plaats onder 2002 zwangeren. 140 zwangeren hadden minimaal 1 vaccinatiedosis ontvangen en 1862 zwangeren waren niet gevaccineerd. De 140 gevaccineerde zwangeren waren meestal in het derde trimester gevaccineerd.

In de gevaccineerde groep zwangeren kreeg 1,4% (n=2) alsnog een Covid-19 infectie versus 11,3% in de niet-gevaccineerde groep zwangeren. Dit verschil was significant (p <.001). Limitaties van het onderzoek zijn dat er weinig zwangeren van kleur meededen aan het onderzoek en dat niet bekend was of de zwangeren al eerder geïnfecteerd waren met Covid-19 en dus mogelijk al antistoffen hadden. Tevens geven de onderzoekers aan dat niet bekend is of de gevaccineerde zwangeren ook minder blootgesteld waren aan de mogelijkheid tot besmetting met Covid-19.

Antistoffen bij baby

In verscheidene kleine casestudies kwam naar voren dat er 2-3 weken na vaccinatie ook IgG-antistoffen tegen Covid-19 bij de baby zichtbaar waren (Fu et al 2021, Gray et al 2021, Lareb 2021).

Wat het optimale moment voor vaccinatie is, is nog niet bekend. Er zijn geen IgM-antistoffen bij de baby gevonden, wat erop kan wijzen dat de vaccinatie zelf de placenta niet passeert (Beharier et al 2021 en Mithal et al 2021).

Covid-19 vaccinatie en kinderwens

In het Nederlandse advies wordt genoemd dat er geen bezwaar is tegen vaccinatie in de preconceptionele fase / bij een kinderwens (NVOG 2021). Vooralsnog zijn er geen tekenen dat de Covid-19 vaccinatie invloed heeft op de vruchtbaarheid, er is nog weinig onderzoek naar gedaan.

Eén onderzoek onder 45 mannen (Gonzalez 2021) bekeek de spermakwaliteit vóór en 70 dagen na de Covid-19 vaccinatie. Er werd geen verschil in kwaliteit gevonden.

Drie onderzoeken naar vruchtbaarheid werden gedaan vanuit ivf-trajecten. Daarin werd geen verschil in kans van slagen gevonden tussen de gevaccineerde groep, de ongevaccineerde groep en de groep die een Covid-19 infectie doorgemaakt had. Het gaat in deze drie onderzoeken om kleine aantallen (totaal 211) (Bentov et al 2021, Morris 2021, Orvieto et al 2021). Het is lastig om op basis van deze ivf-trajecten een algemene uitspraak te doen over vruchtbaarheid.

Problemen in menstruele cyclus na vaccinatie

Bij het Lareb kwamen bijna 10.000 meldingen binnen over veranderingen van de menstruatie of postmenopauzaal bloedverlies, na vaccinatie. Het lijkt erop dat deze veranderingen zich binnen 2 tot 3 cycli weer herstellen. Wat de precieze oorzaak is en de eventuele gevolgen, wordt momenteel onderzocht. Wanneer hier informatie over beschikbaar is, zal dit in dit artikel worden aangevuld.

Covid-19 vaccinatie en borstvoeding

In het Nederlandse advies wordt genoemd dat er geen bezwaar is tegen vaccinatie bij vrouwen die borstvoeding geven. Toekomstige studies moeten de veiligheid definitief bevestigen (dit wordt ook zo benoemd in het standpunt) (NVOG 2021).

Bijwerkingen bij moeder en kind

Twee onderzoeken onder 4455 en 6800 moeders die borstvoeding geven, werden de volgende bijwerkingen -gerelateerd aan borstvoeding- gemeld (Kachikis et al 2021, McLaurin-Jiang et al 2021):

  • 4% toename van de melkproductie (herstelde binnen 72 uur)
  • 6% afname van de melkproductie (herstelde binnen 72 uur)
  • 3-7% meldde symptomen bij haar kind (bijvoorbeeld koorts, hangerigheid)

In een klein onderzoek onder 88 vrouwen ontstond bij 3% een mastitis (borstontsteking) (Low et al 2021). In de twee grote onderzoeken werd een mastitis niet genoemd als bijwerking. Laleche League geeft het advies om te overwegen de vaccinatie in het been te zetten in plaats van arm, om de kans op mastitis mogelijk te verkleinen (Laleche League 2021).

Alle onderzoeken hebben alleen naar bijwerkingen op korte termijn gekeken.

Antistoffen in borstvoeding

Alhoewel de verschillende studies klein zijn, zijn er in meerdere studies onder in totaal 330 moeders die borstvoeding geven, bij bijna alle moeders antistoffen in de borstvoeding gevonden na vaccinatie (Lareb 2021).

Uit 1 systematic review waarbij 161 moeders werden geïncludeerd, bleek dat na Covid-19 infectie 82,6% antilichamen tegen Covid-19 in de moedermelk had (Low et al 2021).

mRNA in borstvoeding

In 1 onderzoek onder 7 vrouwen werd geen mRNA gevonden in de borstvoeding. (Golan et al 2021). In 1 onderzoek onder 10 vrouwen werd bij een aantal vrouwen wel mRNA in de borstvoeding gevonden, met een maximum van 2 ng/ml (Low et al 2021). Wat hiervan de klinische relevantie en dus betekenis is, is onduidelijk. Tot 28 dagen na de vaccinatie werden geen bijwerkingen bij de baby gezien. Het gaat hier om een zeer kleine onderzoeksgroep en bevindingen kunnen op toeval berusten.

Preventie ernstige Covid-19

Op dit moment is er nog zeer weinig aandacht voor de preventie van ernstige Covid-19 in de zwangerschap.

In verscheidene onderzoeken lijkt er een link tussen ernstige Covid-19, ic-opname en lage vitamine D levels (Liu et al 2021, Pereira et al 2021). In niet alle onderzoeken lijkt dit verschil significant aanwezig (Bassatne et al 2021).

Onder andere voeding, slaap en mate van stress hebben invloed op de werking van het immuunsysteem. Het is nodig dat daar ook aandacht aan besteed wordt in de voorlichting ter preventie van ernstige Covid-19.

Bronnen

Allotey, J., Stallings, E., Bonet, M., Yap, M., Chatterjee, S., Kew, T., Debenham, L., Llavall, A. C., Dixit, A., Zhou, D., Balaji, R., Lee, S. I., Qiu, X., Yuan, M., Coomar, D., Sheikh, J., Lawson, H., Ansari, K., van Wely, M., van Leeuwen, E., … for PregCOV-19 Living Systematic Review Consortium (2020). Clinical manifestations, risk factors, and maternal and perinatal outcomes of coronavirus disease 2019 in pregnancy: living systematic review and meta-analysis. BMJ (Clinical research ed.)370, m3320. https://doi.org/10.1136/bmj.m3320

Baird, J. K., Jensen, S. M., Urba, W. J., Fox, B. A., & Baird, J. R. (2021). SARS-CoV-2 Antibodies Detected in Mother’s Milk Post-Vaccination. Journal of human lactation : official journal of International Lactation Consultant Association37(3), 492–498. https://doi.org/10.1177/08903344211030168

Bassatne, A., Basbous, M., Chakhtoura, M., El Zein, O., Rahme, M., & El-Hajj Fuleihan, G. (2021). The link between COVID-19 and VItamin D (VIVID): A systematic review and meta-analysis. Metabolism: clinical and experimental119, 154753. https://doi.org/10.1016/j.metabol.2021.154753

Bentov, Y., Beharier, O., Moav-Zafrir, A., Kabessa, M., Godin, M., Greenfield, C. S., Ketzinel-Gilad, M., Ash Broder, E., Holzer, H., Wolf, D., Oiknine-Djian, E., Barghouti, I., Goldman-Wohl, D., Yagel, S., Walfisch, A., & Hersko Klement, A. (2021). Ovarian follicular function is not altered by SARS-CoV-2 infection or BNT162b2 mRNA COVID-19 vaccination. Human reproduction (Oxford, England)36(9), 2506–2513. https://doi.org/10.1093/humrep/deab182

Beharier, O., Plitman Mayo, R., Raz, T., Nahum Sacks, K., Schreiber, L., Suissa-Cohen, Y., Chen, R., Gomez-Tolub, R., Hadar, E., Gabbay-Benziv, R., Jaffe Moshkovich, Y., Biron-Shental, T., Shechter-Maor, G., Farladansky-Gershnabel, S., Yitzhak Sela, H., Benyamini-Raischer, H., Sela, N. D., Goldman-Wohl, D., Shulman, Z., Many, A., … Kovo, M. (2021). Efficient maternal to neonatal transfer of antibodies against SARS-CoV-2 and BNT162b2 mRNA COVID-19 vaccine. The Journal of clinical investigation131(13), e150319. https://doi.org/10.1172/JCI150319

Bijsluiter Moderna 2020. Beschikbaar via: https://ec.europa.eu/health/documents/community-register/2021/20210106150575/anx_150575_nl.pdf

Bijsluiter Pfizer 2020. Beschikbaar via: https://www.ema.europa.eu/en/documents/product-information/comirnaty-epar-product-information_nl.pdf

Black, B., Laking, J., McKay, G. Birthpartners are not a luxury. 2020. https://blogs.bmj.com/bmj/2020/09/24/birth-partners-are-not-a-luxury/

Bookstein Peretz, S., Regev, N., Novick, L., Nachshol, M., Goffer, E., Ben-David, A., Asraf, K., Doolman, R., Levin, E. G., Regev Yochay, G., & Yinon, Y. (2021). Short-term outcome of pregnant women vaccinated with BNT162b2 mRNA COVID-19 vaccine. Ultrasound in obstetrics & gynecology : the official journal of the International Society of Ultrasound in Obstetrics and Gynecology58(3), 450–456. https://doi.org/10.1002/uog.23729

Chmielewska, B., Barratt, I., Townsend, R., Kalafat, E., van der Meulen, J., Gurol-Urganci, I., O’Brien, P., Morris, E., Draycott, T., Thangaratinam, S., Le Doare, K., Ladhani, S., von Dadelszen, P., Magee, L., & Khalil, A. (2021). Effects of the COVID-19 pandemic on maternal and perinatal outcomes: a systematic review and meta-analysis. The Lancet. Global health9(6), e759–e772. https://doi.org/10.1016/S2214-109X(21)00079-6

Dekker, R. 2013. The evidence for doulas. Beschikbaar via: https://evidencebasedbirth.com/the-evidence-for-doulas/

Dumitriu D, Emeruwa UN, Hanft E, et al. Outcomes of Neonates Born to Mothers With Severe Acute Respiratory Syndrome Coronavirus 2 Infection at a Large Medical Center in New York City. JAMA Pediatr. 2021;175(2):157–167. doi:10.1001/jamapediatrics.2020.4298

Flannery, D. D., Gouma, S., Dhudasia, M. B., Mukhopadhyay, S., Pfeifer, M. R., Woodford, E. C., Triebwasser, J. E., Gerber, J. S., Morris, J. S., Weirick, M. E., McAllister, C. M., Bolton, M. J., Arevalo, C. P., Anderson, E. M., Goodwin, E. C., Hensley, S. E., & Puopolo, K. M. (2021). Assessment of Maternal and Neonatal Cord Blood SARS-CoV-2 Antibodies and Placental Transfer Ratios. JAMA pediatrics175(6), 594–600. https://doi.org/10.1001/jamapediatrics.2021.0038

Fu, W., Sivajohan, B., McClymont, E., Albert, A., Elwood, C., Ogilvie, G., & Money, D. (2021). Systematic review of the safety, immunogenicity, and effectiveness of COVID-19 vaccines in pregnant and lactating individuals and their infants. International journal of gynaecology and obstetrics: the official organ of the International Federation of Gynaecology and Obstetrics, 10.1002/ijgo.14008. Advance online publication. https://doi.org/10.1002/ijgo.14008

Golan, Y., Prahl, M., Cassidy, A., Lin, C. Y., Ahituv, N., Flaherman, V. J., & Gaw, S. L. (2021). Evaluation of Messenger RNA From COVID-19 BTN162b2 and mRNA-1273 Vaccines in Human Milk. JAMA pediatrics175(10), 1069–1071. https://doi.org/10.1001/jamapediatrics.2021.1929

Gonzalez, D. C., Nassau, D. E., Khodamoradi, K., Ibrahim, E., Blachman-Braun, R., Ory, J., & Ramasamy, R. (2021). Sperm Parameters Before and After COVID-19 mRNA Vaccination. JAMA326(3), 273–274. https://doi.org/10.1001/jama.2021.9976

Gray, K. J., Bordt, E. A., Atyeo, C., Deriso, E., Akinwunmi, B., Young, N., Baez, A. M., Shook, L. L., Cvrk, D., James, K., De Guzman, R. M., Brigida, S., Diouf, K., Goldfarb, I., Bebell, L. M., Yonker, L. M., Fasano, A., Rabi, S. A., Elovitz, M. A., Alter, G., … Edlow, A. G. (2021). COVID-19 vaccine response in pregnant and lactating women: a cohort study. medRxiv : the preprint server for health sciences, 2021.03.07.21253094. https://doi.org/10.1101/2021.03.07.21253094

Green, J., Staff, L., Bromley, P., Jones, L., & Petty, J. (2021). The implications of face masks for babies and families during the COVID-19 pandemic: A discussion paper. Journal of neonatal nursing : JNN27(1), 21–25. https://doi.org/10.1016/j.jnn.2020.10.005

Gurol-Urganci, I., Jardine, J. E., Carroll, F., Draycott, T., Dunn, G., Fremeaux, A., Harris, T., Hawdon, J., Morris, E., Muller, P., Waite, L., Webster, K., van der Meulen, J., & Khalil, A. (2021). Maternal and perinatal outcomes of pregnant women with SARS-CoV-2 infection at the time of birth in England: national cohort study. American journal of obstetrics and gynecology225(5), 522.e1–522.e11. https://doi.org/10.1016/j.ajog.2021.05.016

Husen, M. F., van der Meeren, L. E., Verdijk, R. M., Fraaij, P., van der Eijk, A. A., Koopmans, M., Freeman, L., Bogers, H., Trietsch, M. D., Reiss, I., DeKoninck, P., & Schoenmakers, S. (2021). Unique Severe COVID-19 Placental Signature Independent of Severity of Clinical Maternal Symptoms. Viruses13(8), 1670. https://doi.org/10.3390/v13081670

Ikram, M.U.Z. Social determinants of ethnic minority health in Europe. (2016). Beschikbaar via: https://pure.uva.nl/ws/files/2749997/179183_Proefschrift_Ikram_PUBLIC_zonder_dankwoord_p._261_263_.pdf

Kachikis, A., Englund, J. A., Singleton, M., Covelli, I., Drake, A. L., & Eckert, L. O. (2021). Short-term Reactions Among Pregnant and Lactating Individuals in the First Wave of the COVID-19 Vaccine Rollout. JAMA network open4(8), e2121310. https://doi.org/10.1001/jamanetworkopen.2021.21310

Knight M., Bunch K., Cairns A. et al. Saving Lives, Improving Mothers’ Care Rapid Report: learning from SARS-CoV-2-related and associated maternal deaths in the UK. (2020). Beschikbaar via:

https://www.npeu.ox.ac.uk/assets/downloads/mbrrace-uk/reports/MBRRACE-UK_Maternal_Report_2020_v10_FINAL.pdf

Knight, M., Draper, E., & Kurinczuk, J. J. (2021). Misclassification bias and unnecessary anxiety. American journal of obstetrics and gynecology225(5), 584. https://doi.org/10.1016/j.ajog.2021.06.086

Laleche League 2021. Borstvoeding en Covid-19 vaccin. Beschikbaar via: https://www.lalecheleague.nl/borstvoeding-abc/artikel/314-borstvoeding-en-covid-19-vaccin

Lareb. 2021. Coronavaccins tijdens borstvoeding. Beschikbaar via: https://www.lareb.nl/tis-knowledge-screen?id=1474&page=1&searchArray=pfizer&isSinglePageResult=true&pregnancy=false&breastfeeding=true&name=Coronavaccin%20tijdens%20de%20borstvoedingsperiode

Lareb. 2021. Coronavaccins tijdens zwangerschap. Beschikbaar via: https://www.lareb.nl/tis-knowledge-screen?id=1473&page=1&searchArray=pfizer&isSinglePageResult=true&pregnancy=true&breastfeeding=false&name=Coronavaccin%20tijdens%20de%20zwangerschap

Lexchin, J. Wie het geld heeft, bepaalt de evidence. Hoe de farmaceutische industrie de uitkomsten van klinisch onderzoek met geneesmiddelen beïnvloedt. 2012. Geneesmiddelenbulletin. Beschikbaar via: https://www.ge-bu.nl/artikel/wie-het-geld-heeft-bepaalt-de-evidence-hoe-de-farmaceutische-industrie-de-uitkomsten-van-klinisch-onderzoek-met-geneesmiddelen-beinvloedt

Low, J. M., Gu, Y., Ng, M., Amin, Z., Lee, L. Y., Ng, Y., Shunmuganathan, B. D., Niu, Y., Gupta, R., Tambyah, P. A., MacAry, P. A., Wang, L. W., & Zhong, Y. (2021). Codominant IgG and IgA expression with minimal vaccine mRNA in milk of BNT162b2 vaccinees. NPJ vaccines6(1), 105. https://doi.org/10.1038/s41541-021-00370-z

Low, J. M., Low, Y. W., Zhong, Y., Lee, C., Chan, M., Ng, N., Amin, Z., & Ng, Y. (2021). Titres and neutralising capacity of SARS-CoV-2-specific antibodies in human milk: a systematic review. Archives of disease in childhood. Fetal and neonatal edition, fetalneonatal-2021-322156. Advance online publication. https://doi.org/10.1136/archdischild-2021-322156

Informatiekaart: Zwanger? Wel of geen prik tegen Corona?

https://www.nvog.nl/wp-content/uploads/2021/10/Informatiekaart-wel-of-geen-prik-tegen-corona-tijdens-de-zwangerschap-okt-2021.pdf

Liu, N., Sun, J., Wang, X., Zhang, T., Zhao, M., & Li, H. (2021). Low vitamin D status is associated with coronavirus disease 2019 outcomes: a systematic review and meta-analysis. International journal of infectious diseases : IJID : official publication of the International Society for Infectious Diseases104, 58–64. https://doi.org/10.1016/j.ijid.2020.12.077

Magnus, M. C., Gjessing, H. K., Eide, H. N., Wilcox, A. J., Fell, D. B., & Håberg, S. E. (2021). Covid-19 Vaccination during Pregnancy and First-Trimester Miscarriage. The New England journal of medicine, NEJMc2114466. Advance online publication. https://doi.org/10.1056/NEJMc2114466

Mithal, L. B., Otero, S., Shanes, E. D., Goldstein, J. A., & Miller, E. S. (2021). Cord blood antibodies following maternal coronavirus disease 2019 vaccination during pregnancy. American journal of obstetrics and gynecology225(2), 192–194. https://doi.org/10.1016/j.ajog.2021.03.035

McLaurin-Jiang, S., Garner, C. D., Krutsch, K., & Hale, T. W. (2021). Maternal and Child Symptoms Following COVID-19 Vaccination Among Breastfeeding Mothers. Breastfeeding medicine : the official journal of the Academy of Breastfeeding Medicine16(9), 702–709. https://doi.org/10.1089/bfm.2021.0079

Morris R. S. (2021). SARS-CoV-2 spike protein seropositivity from vaccination or infection does not cause sterility. F&S reports2(3), 253–255. https://doi.org/10.1016/j.xfre.2021.05.010

Orvieto, R., Noach-Hirsh, M., Segev-Zahav, A., Haas, J., Nahum, R., & Aizer, A. (2021). Does mRNA SARS-CoV-2 vaccine influence patients’ performance during IVF-ET cycle?. Reproductive biology and endocrinology : RB&E19(1), 69. https://doi.org/10.1186/s12958-021-00757-6

Overtoom, E. M., Rosman, A. N., Zwart, J. J., Vogelvang, T. E., Schaap, T. P., van den Akker, T., & Bloemenkamp, K. (2021). SARS-CoV-2 infection in pregnancy during the first wave of COVID-19 in the Netherlands: a prospective nationwide population-based cohort study (NethOSS). BJOG : an international journal of obstetrics and gynaecology, 10.1111/1471-0528.16903. Advance online publication. https://doi.org/10.1111/1471-0528.16903

Papworth, R., Harris, A., Durcan, G., Wilton, J., Sinclair, C. Report: Maternal mental health during a pandemic. (2021). Beschikbaar via: https://maternalmentalhealthalliance.org/wp-content/uploads/CentreforMH_MaternalMHPandemic_FullReport.pdf

Pereira, M., Dantas Damascena, A., Galvão Azevedo, L. M., de Almeida Oliveira, T., & da Mota Santana, J. (2020). Vitamin D deficiency aggravates COVID-19: systematic review and meta-analysis. Critical reviews in food science and nutrition, 1–9. Advance online publication. https://doi.org/10.1080/10408398.2020.1841090

Pfizer. 2020. A phase 1/2/3, placebo-controlled, randomized, observer-blind, dose-finding study to evalueate the safety, tolerability, immunogenicity and efficacy of SARS-COV-2 RNS vaccine candidates against Covid-19 in healty individuals. Beschikbaar via: https://cdn.pfizer.com/pfizercom/2020-11/C4591001_Clinical_Protocol_Nov2020.pdf

RCOG Guideline Covid-19 vaccines and pregnancy

https://www.rcog.org.uk/en/guidelines-research-services/coronavirus-covid-19-pregnancy-and-womens-health/covid-19-vaccines-and-pregnancy/

Shimabukuro, T. T., Kim, S. Y., Myers, T. R., Moro, P. L., Oduyebo, T., Panagiotakopoulos, L., Marquez, P. L., Olson, C. K., Liu, R., Chang, K. T., Ellington, S. R., Burkel, V. K., Smoots, A. N., Green, C. J., Licata, C., Zhang, B. C., Alimchandani, M., Mba-Jonas, A., Martin, S. W., Gee, J. M., … CDC v-safe COVID-19 Pregnancy Registry Team (2021). Preliminary Findings of mRNA Covid-19 Vaccine Safety in Pregnant Persons. The New England journal of medicine384(24), 2273–2282. https://doi.org/10.1056/NEJMoa2104983

Standpunt Vaccinatie tegen Covid-19 rondom zwangerschap en kraambed

https://www.nvog.nl/wp-content/uploads/2021/04/Standpunt-Vaccinatie-tegen-COVID-19-rondom-zwangerschap-en-kraambed-versie-22-april-2021-def.pdf

Stolk, L.M.L. mRNA-vaccins bij COVID-19. 2021. Geneesmiddelenbulletin 2021(55), 13-16. Beschikbaar via: https://www.ge-bu.nl/artikel/mrna-vaccins-bij-covid-19

Sun H. (2021). On Preliminary Findings of mRNA Covid-19 Vaccine Safety in Pregnant Persons. The New England journal of medicine385(16), 1535–1536. https://doi.org/10.1056/NEJMc2113516

Theiler, R. N., Wick, M., Mehta, R., Weaver, A. L., Virk, A., & Swift, M. (2021). Pregnancy and birth outcomes after SARS-CoV-2 vaccination in pregnancy. American journal of obstetrics & gynecology MFM3(6), 100467. Advance online publication. https://doi.org/10.1016/j.ajogmf.2021.100467

Tran, H. T., Nguyen, P., Huynh, L. T., Le, C., Giang, H., Nguyen, P., & Murray, J. (2020). Appropriate care for neonates born to mothers with COVID-19 disease. Acta paediatrica (Oslo, Norway : 1992)109(9), 1713–1716. https://doi.org/10.1111/apa.15413

Update registratie Covid-19 positieve zwangeren in Nethoss.

https://www.nvog.nl/actueel/registratie-van-covid-19-positieve-zwangeren-in-nethoss/

Van Leeuwen, F. & Drandic., D. COVID-19: a watershed moment for women’s rights in childbirth. 2020. Medical Anthropology Quaterly. Beschikbaar via: https://www.researchgate.net/publication/343628918_COVID-19_a_watershed_moment_for_women’s_rights_in_childbirth

van Veenendaal, N. R., Deierl, A., Bacchini, F., O’Brien, K., Franck, L. S., & International Steering Committee for Family Integrated Care (2021). Supporting parents as essential care partners in neonatal units during the SARS-CoV-2 pandemic. Acta paediatrica (Oslo, Norway : 1992)110(7), 2008–2022. https://doi.org/10.1111/apa.15857

Yan, J., Guo, J., Fan, C., Juan, J., Yu, X., Li, J., Feng, L., Li, C., Chen, H., Qiao, Y., Lei, D., Wang, C., Xiong, G., Xiao, F., He, W., Pang, Q., Hu, X., Wang, S., Chen, D., Zhang, Y., … Yang, H. (2020). Coronavirus disease 2019 in pregnant women: a report based on 116 cases. American journal of obstetrics and gynecology223(1), 111.e1–111.e14. https://doi.org/10.1016/j.ajog.2020.04.014

Zauche, L. H., Wallace, B., Smoots, A. N., Olson, C. K., Oduyebo, T., Kim, S. Y., Petersen, E. E., Ju, J., Beauregard, J., Wilcox, A. J., Rose, C. E., Meaney-Delman, D. M., Ellington, S. R., & CDC v-safe Covid-19 Pregnancy Registry Team (2021). Receipt of mRNA Covid-19 Vaccines and Risk of Spontaneous Abortion. The New England journal of medicine385(16), 1533–1535. https://doi.org/10.1056/NEJMc2113891